巫山戯る
Uit Japans-Nederlands woordenboek
巫山戯る / 不山戯る
ふざける
fuzakeru
〔自カ下一〕
1. grappen, grollen, grapjassen, gekscheren, railleren, schertsen, geinen, gekheid/grappen maken, gekken, gekheden uithalen, gebbetjes maken, [arch.] kortswijlen, boerten, onzin vertellen, [Belg.N., spreekt.] zwanzen, niet serieus zijn
2. stoeien, spelen, ravotten, robbedoezen, dartelen
3. flirten, sjansen, het aanleggen met
4. voor de gek houden, gekscheren met, lachen met, dollen met, gekken met, de draak steken met, de spot drijven met, een loopje nemen met, voor de mal houden, op de hak nemen
a004476