入れる
Van Japans-Nederlands woordenboek
入れる
いれる
ireru
〔他ラ下一〕
1. plaatsen in, indoen, inzetten in, inbrengen in
2. inschenken, ingieten, bijgieten
3. toevoegen, bijvoegen, invoegen
4. binnenlaten, laten binnenkomen
5. [iemand, bv. patiënt/student/gast etc.] toelaten, onder zijn hoede nemen
6. kunnen bevatten, plaats hebben voor, groot genoeg zijn voor, ruim genoeg zijn voor [een bepaald aantal personen]
7. aanwerven, aanbrengen, in dienst nemen, ronselen, rekruteren
8. luisteren naar [een advies/verzoek/visie van iemand anders etc.], gehoor geven aan
9. tolereren, dulden, aanvaarden, begrip hebben voor, begrijpen, pikken
10. samengaan, kunnen samengaan, verenigbaar zijn, compatibel zijn, consistent zijn
11. meerekenen, meetellen, incalculeren, inbegrepen zijn
12. [茶/コーヒーを] maken, zetten
13. [スイッチを] aansteken, aandraaien, aanzetten, aandoen, aanknippen, in werking stellen/zetten, inschakelen
a000366
[bewerk] Context bet. 7
新会員を入れる
しんかいいんをいれる
shinkaiin o ireru
nieuwe leden aanbrengen/aanwerven

